20 Sept. 2005 - Schoner door geur!
Ze hadden het luchtje meestal niet eens in de gaten. Toch was een klein beetje allesreiniger in een verdekt opgesteld emmertje genoeg om Nijmeegse studenten aan schoonmaken te laten denken. En kruimels op tafel, daar konden ze ineens niet meer tegen.
Hoe krijg je een student aan het schoonmaken? Alleen de geur van allesreiniger kan al veel doen, laten psychologen uit Nijmegen en Utrecht zien. Rob Holland, Merel Hendriks en Henk Aarts deden een serie experimenten waar geen dure apparaten aan te pas kwamen. Ze hadden genoeg aan enkele computers, een verborgen camera, wat rollen beschuit en een paar emmertjes lauw sop. En hele kuddes studenten natuurlijk, ingehuurd à één euro.
De onderzoekers beschrijven in het vaktijdschrift Psychological Science drie experimenten met de geur van allesreiniger. Ze begonnen met een woordherkenningstaak. Studenten werden een voor een in een kamertje gezet, waar ze lettercombinaties op een beeldscherm te zien kregen, veertig stuks achter elkaar. Met een druk op het toetsenbord moesten ze steeds zo snel mogelijk aangeven of wat ze zagen een bestaand woord was of niet. De computer mat de reactietijd van de studenten. Van de twintig echt bestaande woorden hadden er zes met schoonmaken te maken, bijvoorbeeld ‘poetsen’, ‘opruimen’ en ‘hygiëne’.
Bij de helft van de vijftig deelnemende studenten was een emmertje lauw water met een scheutje allesreiniger in het kamertje verborgen. Het gaf een lichte citroengeur, en dat had effect. Bij het zien van gewone woorden als ‘tafel’ of ‘fietsen’ was de reactietijd van deze studenten hetzelfde als bij de andere groep, maar bij de schoonmaakwoorden waren ze significant sneller – het duurde 590 in plaats van 620 milliseconden voor ze op de ‘ja’-knop drukten. En het mooie was: op zes studenten na had niemand in de gaten dat er een citroengeur in het kamertje hing.
Aan het tweede experiment deden 56 studenten mee. Weer werd de helft in een kamertje met sop gezet en de andere helft in eentje zonder. Deze studenten kregen het verzoek vijf activiteiten te noemen die ze vandaag nog wilden ondernemen. Hoewel nu geen enkele deelnemer de geur had opgemerkt, waren de antwoorden duidelijk verschillend: zonder allesreiniger noemde 11 procent een schoonmaakactiviteit, met de geur was dat meer dan drie keer zo veel, 36 procent.
Experiment drie was ook al zo eenvoudig. Hierin kregen 22 studenten een vragenlijst voorgelegd, wederom in een hokje met of zonder verborgen emmertje sop. Die vragen waren slechts afleiding. Het ging om wat daarna kwam: in een andere kamer, met een verborgen camera erin, werden de studenten aan een gladde tafel gezet met de opdracht een droog beschuitje te eten. De onderzoekers verlieten vervolgens de kamer.
Alle beelden van de verborgen camera werden door onafhankelijke waarnemers beoordeeld. Zij moesten tellen hoe vaak iedere student de kruimels van tafel veegde tijdens het eten. Het verschil was groot. Na verblijf in een geurloos hokje zagen ze gemiddeld 1,09 veegbewegingen per student. Maar als een student net in de geur van allesreiniger had gezeten – wat slechts één van de elf had opgemerkt – steeg dit naar 3,54 veegbewegingen.
“We hebben hiermee aangetoond dat geuren iemands gedrag kunnen sturen zonder dat hij zich daarvan bewust is”, vertelt Rob Holland. “Dat werd al langer aangenomen, bijvoorbeeld door winkeliers die met bepaalde geurtjes de kooplust van hun klanten willen prikkelen, maar er was nog nauwelijks hard onderzoek naar gedaan.”
Tot slot nog een praktische conclusie die Hollander uit dit onderzoek trekt: “Wil je dat gebruikers een ruimte schoonhouden, zorg dan dat er voortdurend een schoonmaakluchtje hangt.” Maar ook dat hadden handelaren en huisvrouwen schijnbaar al lang begrepen, want waar dienen die nare ‘luchtverfrissers’ anders voor?
Rob W. Holland, Merel Hendriks en Henk Aarts: “Smells like clean spirit – Nonconscious effects of scent on cognition and behavior”, Psychological Science, September 2005
<<< Overzicht









